Één van de dimensies van het leerstrategie onderzoek gaat over structuur behoefte. Zoals in de hoofdlijn al staat, heeft namelijk niet iedereen behoefte aan structuur in de aangeboden informatie of lesstof.
Onlangs had ik weer zo'n leerling met een lage score op "stappen denken"
Misschien moet ik eerste even uitleggen wat dat betekent. Stappen denken zegt iets over hoe belangrijk het voor iemand is dat de informatie of lesstof in logisch opeenvolgende stappen wordt aangeboden.
Iemand die in stappen denkt, wil graag beginnen bij stap 1 en pas daarna naar stap 2, vervolgens stap 3 en zo verder tot en met de laatste stap. Een beetje zoals we allemaal een boek lezen. We beginnen bij het voorwoord en eindigen bij het nawoord en daartussen lezen we het verhaal in de volgorde zoals de hoofdstukken aangeven, toch?
Maar hoeveel van ons lezen niet eerst op de achterkant de korte samenvatting? Om te kijken of het boek ons wel aanspreekt? Dat doen we toch allemaal?
En dat brengt mij bij de mensen die niet in stappen denken maar liever het totale plaatje eerst zien en dan pas kunnen inzoomen op de details. Zij lezen ook eerst de achterkant van het boek, net als iedereen. Maar het kan zomaar zijn dat zij na het voorwoord, eerst nog het nawoord lezen en vervolgens een beetje kriskras door het boek heen bladeren en zo af en toe wat stukken tekst lezen, om daarna pas te beginnen aan het echte lezen van het boek, te beginnen bij hoofdstuk 1.
En nu jullie dit zo lezen, kan het zomaar zijn dat een aantal van jullie denkt; verroest, dat doe ik ook .......
Dat in ons onderwijssysteem lesstof gestructureerd is opgebouwd, kan niet anders. Dat heeft ook alles te maken met het meetbaar en inzichtelijk maken van prestaties en niveaus van leerlingen, dus dan is het logisch dat daar structuur in zit. Zonder meetlat kunnen we niet meten, zo werkt het nu eenmaal.
Gelukkig kunnen we wel een beetje spelen met de manier waarop we die lesstof aanbieden.
Terug naar de leerling met de lage score op "stappen denken", de leerling met de lage structuurbehoefte. Voor zo'n leerling is het belangrijk dat die eerst duidelijkheid krijgt over waar al die lesstof die aangeboden gaat worden toe leidt. Wat gaat het eindresultaat zijn van al die inspanning.
Als voorbeeld gebruik ik dan altijd de legpuzzel (vandaar ook het plaatje).
Sommige mensen sorteren eerst alle stukjes van hetzelfde onderdeel in de puzzel, leggen die allemaal netjes op hoopjes apart en gaan dan per onderdeel, alles in elkaar puzzelen, tot de puzzel af is.
Voor de duidelijkheid, met de hoekjes en de randjes beginnen we natuurlijk allemaal.
Er zijn ook mensen, die kijken op het plaatje van de puzzel, gooien vervolgens alle stukjes op tafel, en beginnen gewoon.
Het mag duidelijk zijn dat de eerste groep, de groep is die een hogere structuurbehoefte heeft en dat de laatste groep, de groep is met een lagere structuur behoefte.
Nog en voorbeeld, die beter past bij het onderwijs; het bouwen van een muur.
Een bepaald vak leren, of dat nou een taal is of wiskunde en natuurkunde, is niets anders dan bouwstenen op elkaar stapelen. De leerkracht geeft de stenen aan en de leerlingen stapelen die op elkaar.
Voor stappen denkers is dat een hele fijne manier om lesstof aangereikt te krijgen. De leerkracht geeft precies aan welke steen ze krijgen en hoe ze hem in de muur moeten leggen.
Maar een niet-stappen denker, kan hier helemaal niks mee. Die moet namelijk eerst inzicht krijgen in wat voor een muur het moet gaan worden straks als alles klaar is. Zolang die leerling dat niet weet, blijven de stenen op een hoop op tafel liggen en komen niet in de muur terecht. Maar zodra de leerkracht zegt of het over een kasteelmuur, of een muur voor een villa gaat, dan kan de leerkracht alle stenen in één keer aanrijken aan deze leerling. Dan hoeft de leerkracht niet uit te leggen hoe en waar de stenen moeten komen want dat ziet de leerling gaandeweg vanzelf en uiteindelijk is het resultaat net als dat van alle andere klasgenoten. En meestal is zo'n leerling dan nog eerder klaar met bouwen ook.
Als je een leerling met een lage structuurbehoefte, op een heel gestructureerde manier lesstof aanbiedt, blijft alle lesstof in dat hoofd rondzweven, raakt zoek en verdwijnt.
Want, leren is niets anders dan de aangeboden lesstof en informatie zodanig opslaan in het brein, dat je het later kan terugvinden, reproduceren. Bijvoorbeeld bij een toets of examen, of nog later in je werk.
Nu merkte ik ook bij deze leerling weer een behoorlijke demotivatie en een negatief zelfbeeld. In het gesprek wat we samen hadden, bij het nabespreken en uitleggen van de scores, kwam duidelijk naar voren dat de leerling zichzelf dommer vond dan klasgenoten. Dat werd letterlijk gezegd en dat raakte mij. Vooral ook toen ik in de ogen van de leerling zag wat het deed.
Want dat is namelijk wat er in de klas gebeurd als alle andere leerlingen al heel druk in de weer zijn met stenen stapelen en jij als niet stappen denker, kan niet stapelen. Omdat je niet weet wat voor muur het moet worden.
Gelukkig kon ik deze leerling snel geruststellen en laten zien dat het allemaal niks te maken had met dommer dan de rest zijn. Maar het het alles te maken heeft met niet in stappen denken en dat dat bij meer leerlingen voor komt.
Dat was een hele opluchting.
En toen ik daarna ook nog ging uitleggen dat je ook aantekeningen kunt maken in de vorm van een mindmap, met plaatjes en pijlen en kleuren, kwamen er alweer wat pretlichtjes in die verdrietige ogen. En toen ik daarna óók nog vertelde dat het heel leuk is om, aan het begin van een lesperiode van 6 weken eens te bekijken welke opdrachten er aan het einde van die lesperiode gevraagd worden, zodat je een beeld krijgt van wat er van je verwacht wordt, én je misschien zelfs al een paar opdrachten kan maken, was het verdriet weg en waren er alleen nog pretlichtjes.
Nadat ik verslag had gemaakt en mijn adviezen had gemaild, werd ik gebeld door de moeder van deze leerling. En ik moet eerlijk zeggen dat het voor mij het meest bijzondere telefoongesprek was wat ik had in de laatste jaren.
Deze moeder had feilloos door wat ik bedoelde met mijn uitleg en begreep ook meteen waar de schoen wrong bij haar kind als het om leren ging.
Eerlijk gezegd zou het mij niet verbazen als deze leerling hoog begaafd blijkt te zijn en toen ik dat uitsprak in het gesprek met de moeder, vielen bij haar ineens alle puzzelstukjes op hun plek.
Of zij dat verder laten onderzoeken doet niet ter zake wat mij betreft. Mij boeit het nooit zo erg of een leerling iets heeft van ADHD, ADD, of hoogbegaafd is. Leerstoornissen als dyslexie of dyscalculie zijn wel belangrijk om te weten, maar verder ben ik niet zo van de stickertjes plakken. Ieder kind is anders, hoe dan ook. En deze moeder dacht er net zo over.
Wel stuurde ze mij, kort na ons telefoongesprek, een poster die ze voor haar kind had gemaakt op basis van de scores uit het leerstrategie onderzoek. Om haar kind een hart onder de riem te steken.
Als dat niet motiverend is. Geweldig. Deze moeder begrijpt het helemaal.